Gerben van Voorden
- Lijsttrekker CDA Hilversum
- Woont 18 jaar in Hilversum
- Wethouder Zorg en Samenleving, daarvoor acht jaar raadslid
- Betrokken bij buurt- en zorginitiatieven
- Mountainbiker
Politiek gaat vaak over wie het hardste roept. Het simpele antwoord klinkt luider dan het eerlijke antwoord. De korte termijn wint van de lange termijn. En wie een schuldige aanwijst, krijgt sneller applaus dan wie geduldig naar een oplossing zoekt.
Wij kiezen voor een andere weg. Niet omdat we naïef zijn, maar omdat we geloven dat je een dorp, wijk of stad mooier maakt door samen te werken, met inwoners, met maatschappelijke initiatieven, met andere partijen. Het CDA kan dat niet alleen, maar het kan ook niet zonder het CDA. We doen dit samen. Dat is onze belofte.
Wat er volgens ons echt toe doet, zijn onze inwoners en de verbinding tussen onze inwoners. Dat begint met een kop koffie met de eenzame buurman, of een kop soep voor de overbelaste mantelzorger, of een middag een jongetje van school opvangen omdat het thuis te druk is. De vrijwilliger die naast zorg voor eigen gezin en baan, ook een sportteam draaiend houdt. De gemeente maakt veel beleid, maar onze samenleving draait op onze inwoners. Het is deze verbinding tussen onze inwoners die we willen koesteren. Daarmee beschermen we wat we samen hebben opgebouwd: onze natuur, onze buurt, onze verenigingen en ons dorp.
Dat vraagt om beleid dat weliswaar richting geeft, maar waar wij altijd de mens achter het beleid blijven zien. Beleid moet ondersteunend zijn aan initiatieven die er al zijn, en deze niet overnemen. Beleid moet oog houden voor eenieder die buiten het gemiddelde valt: maatwerk, en een menselijk loket houdt onze gemeente leefbaar voor iedereen.
Het betekent een parkeerbeleid dat ontmoetingen niet ontmoedigt en/of onmogelijk maakt. We willen investeren in de plekken waar mensen elkaar ontmoeten, een buurtcentrum, het groen in de wijk. Het betekent woningen bouwen die doorstroming mogelijk maken zodat het jonge gezin niet hoeft te vertrekken en de oudere door kan stromen naar een plek waar weer ontmoeting plaatsvindt. En het betekent dat we de gemeentefinanciën op orde houden, zodat er ook voor de volgende generatie wat te kiezen valt.
De lijst van het CDA bestaat uit 50 inwoners uit de wijken en dorpen van Hilversum. Iedereen is op zijn of haar manier betrokken bij de samenleving. De één begeleidt naast haar werk een jeugdorkest, de ander organiseert het palingroken, weer een ander is actief bij de moskee. We hebben vrijwilligers bij sportverenigingen, koren, kerken en vrijwilligersorganisaties. Wat hen bindt is de overtuiging dat je een samenleving bouwt met elkaar en dat verantwoordelijkheid nemen je meer als mens laat groeien.
Tegenover de politiek van boosheid en verdeeldheid zetten wij de politiek van het luisterend hart. Niet de inwoner tegen de overheid, niet de ene groep tegen de andere, maar samen zoeken naar wat recht en goed is, juist voor wie kwetsbaar is en niet de luidste stem heeft.
Met dat luisterend hart willen wij verder aan het werk: dienend en gericht op recht doen aan onze naaste en de omgeving. Dat is de geest waarin dit programma is geschreven.
Het vertrouwen in de overheid is laag en de onvrede over beleid is toegenomen. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling en niet goed voor het vertrouwen in de politiek. Voor CDA Hilversum begint politiek met de erkenning van maatschappelijk initiatief. Mensen, buurten, sportclubs, scholen, kerken, moskeeën, zorginstellingen, culturele organisaties, bedrijven: ze leveren allemaal een unieke bijdrage aan de samenleving. De overheid geeft al die mensen en organisaties het vertrouwen om te doen waar ze goed in zijn. De gemeente stelt zich dienstbaar op. CDA Hilversum staat pal voor de rechtsstaat als onmisbare voorwaarde voor de bescherming van menselijke waardigheid. De overheid is er om samenleven mogelijk te maken voor ons allemaal. Een betrouwbare overheid, een integer bestuur, stelt duidelijke grenzen en geeft mensen zekerheid. De overheid is er ook om onrecht te bestrijden, ze moet rechtvaardig zijn. Wij besturen met ons hoofd en met ons hart en zijn dienstbaar aan de samenleving.
Actueler dan ooit is de fundamentele vraag in wat voor samenleving we willen wonen. En wat voor samenleving laten we na? Een samenleving waar iedereen voor zichzelf leeft? Een samenleving waar de mensen die het goed hebben getroffen haast niet omkijken naar iemand die het niet zo goed getroffen heeft? Een samenleving waar goed doen, zoals het inzamelen van oud-papier voor je vereniging, wordt wegbezuinigd omdat het niet efficiënt is? Waar buurtverenigingen tegen een muur lopen omdat de kunst van ‘luisteren naar elkaar’ is vervallen tot het uiten van meningen, het opeisen van je recht of het enkel inrichten van een formeel proces vanwege de plicht tot participatie? Bij ons handelen laten wij ons niet leiden door modellen en cijfers, maar door ons hoofd en hart.
CDA Hilversum kiest voor een sterke samenleving waarin iedereen kansen krijgt. Iedereen telt mee en werkt mee. Het begint met zorgen voor jezelf en waar mogelijk ook voor anderen. Wie echt hulp nodig heeft, krijgt die van de gemeente.
We moeten waar mogelijk voorkomen dat mensen er niet bij horen en dat mensen niet gehoord worden. De menselijke maat staat centraal en ‘wij’ is belangrijker dan ‘ik’. Een sterke samenleving zien we als een gemeente waar het geschikt wonen is voor iedereen, waar de openbare ruimte veilig, aantrekkelijk en uitnodigend is en waar voorzieningen beschikbaar en toegankelijk zijn. Voor de leefbaarheid en saamhorigheid zijn verenigingen en vrijwilligers essentieel voor de gemeente. Waardering en ondersteuning voor hen die zich belangeloos inzetten is nodig.
Vanaf 1 januari 2027 vormen Hilversum en Wijdemeren samen één gemeente. Die fusie is voor ons geen doel op zichzelf. Inwoners moeten merken dat de gemeente sterker wordt, zonder dat verloren gaat wat een dorp of wijk bijzonder maakt. Eén gemeente betekent maatwerk. Gelijke aandacht vraagt soms juist om verschillende oplossingen voor stad, wijk en dorp. Daarom geven wij vier garanties:
De laatste twee jaar staan de financiën in Hilversum onder druk. Dreigende financiële tekorten door grote investeringen en het ontbreken van middelen vanuit het Rijk. Wij vinden het belangrijk dat de gemeente het huishoudboekje structureel op orde heeft.
Een plan heeft pas waarde als inwoners er iets van merken. Wij stapelen geen nieuwe plannen op besluiten die nog op uitvoering wachten. Bij nieuwe voorstellen moet duidelijk zijn wie ze uitvoert, wat ze kosten en wanneer het resultaat zichtbaar is. Binnen de gewone begrotings- en verantwoordingscyclus ziet de gemeenteraad welke projecten op schema liggen en waar bijsturing nodig is. Externe inhuur gebruiken wij tijdelijk voor specialistische kennis en niet als structurele vervanging van een sterke gemeentelijke organisatie.
De Regio Gooi en Vechtstreek is een prachtige regio om in te wonen. Het is de regio waar de brede welvaart het allerhoogst is. Dankzij de samenwerking met de Regio-organisatie en de regiogemeenten houden we de regio sterk en dat is goed voor Hilversum.
Een gemeente is geen bedrijf en u bent geen klant. De verhouding tussen inwoner en gemeente is er niet een van leverancier en consument maar van gedeelde verantwoordelijkheid. Wat mensen zelf kunnen laten wij bij hen, wat zij samen kunnen ondersteunen wij, en pas wat echt niet zonder de gemeente kan, pakt de gemeente op.
Een subsidie, een vergunning of een aanspreekpunt hoort het initiatief te volgen en niet in de plaats ervan te treden. Zet de samenleving een stap terug, dan vult de gemeente niet het gat maar spreekt zij mensen aan, versterkt zij verenigingen en beloont zij initiatief. Uit ons eigen buurtenbeleid weten wij hoe beperkt maakbaarheid van bovenaf is en die les nemen wij serieus.
In 2023, nog vóórdat er sprake was van concrete locaties, heeft de gemeente in alle wijken met Hilversummers gesproken over de vraag hoe we in Hilversum de Spreidingswet willen uitvoeren: aan welke voorwaarden moet asielopvang voldoen en wat moet er geregeld zijn? Naar aanleiding van deze gesprekken en een internetconsultatie zijn er afspraken gemaakt met de stad en met de gemeenteraad en die afspraken zijn leidend voor de gekozen aanpak.
Iedereen moet zich thuis en op straat, beschermd en veilig kunnen voelen. Een veilige gemeente vraagt om stevige maatregelen. Geen woorden, maar daden. Zichtbaar. Wij richten ons in het bijzonder op het tegengaan van criminaliteit die een grote impact heeft op het slachtoffer, diens directe omgeving en het veiligheidsgevoel in de samenleving, zoals femicide, overlast op straat, ondermijning en zorgcriminaliteit. Maar ook verkeersoverlast door fatbikes en verkeersaso’s en onveiligheid op school, zoals bijvoorbeeld pestgedrag en messenbezit, zijn onze thema’s. Dit pakken we gezamenlijk op.
Een kind dat in november op de fiets naar de sportclub gaat, een oudere die in het donker de deur nog uit durft, een vrouw die ’s nachts alleen naar huis kan fietsen, een ondernemer die ’s avonds veilig zijn zaak afsluit. Stuk voor stuk voorbeelden die normaal zouden moeten zijn, maar dat helaas niet altijd meer zijn. Het gaat niet goed. Veel inwoners voelen zich niet veilig.
Veiligheid gaat ook over leefbaarheid. Een kapotte lantaarnpaal, een verlaten winkelpand, rommel rondom openbare containers en een speelplek waar niemand meer komt. Waar de omgeving verloedert, verdwijnt het gevoel dat iemand er nog op let. Daarom pakken wij verloedering en kleine ergernissen snel aan en investeren in extra capaciteit waar dat nodig is.
Veiligheid is niet alleen een taak van de gemeente. Buurtpreventiegroepen, buurtapps, verenigingen en gewoon buren die op elkaar letten doen het werk dat geen enkele handhaver kan overnemen. Dat stimuleren wij.
Ondermijning is de vorm van criminaliteit die het meeste schade doet en het minst zichtbaar is. Drugshandel die zich nestelt in een loods, een jachthaven of een vakantiepark. Zorggeld dat verdwijnt in bedrijfjes die geen zorg leveren. Een pand dat wordt gekocht met geld waarvan niemand de herkomst kent. In een gemeente met veel water, veel recreatie en straks nog meer buitengebied vraagt dat om blijvende aandacht. Wij zetten de aanpak van ondermijning voort, investeren extra in de aanpak van zorgcriminaliteit en vragen om extra ogen op vakantieparken en jachthavens, met de bevoegdheden die er zijn om malafide ondernemers te weren.
Een stevig verschil van mening hoort bij een democratie. Bedreiging, haat, discriminatie en intimidatie niet. Polarisatie en radicalisering kunnen buurten, dorpen en families uit elkaar drijven. Daarom blijven wij investeren in ontmoeting en gesprek, juist waar mensen tegenover elkaar dreigen te komen staan. We blijven naar elkaar luisteren, maar trekken een harde grens bij bedreiging en geweld.
“Jongeren lopen niet vást, ze lopen lós.” Deze opmerking maakte een jongerenwerker. Jongeren komen niet vanzelf naar ons toe, dus moet de gemeente naar hen toe. Een folder ophangen doet weinig en een eenmalige actie ook. Dit is werk van de lange adem: erbij zijn, langsgaan, luisteren, doorvragen en over een half jaar nog steeds langsgaan. Voorlichting doen we waar jongeren toch al komen. Op de training, in de kantine, in de klas. Verenigingen willen hierin een rol spelen en jongeren zelf zijn vaak de beste boodschappers. Verhalen van mensen die het hebben meegemaakt doen meer dan cijfers. Het is belangrijk om jongeren weerbaar te maken tegen criminaliteit.
Sinds 2023 geldt in ons hele uitgaanscentrum een verbod op het gebruik van alcohol en drugs in de openbare ruimte, net als op alle schoolpleinen en op dertig aangewezen plekken daarbuiten, waaronder dertien speelplaatsen en zelfs de directe omgeving van een jongerencentrum. Elk van die aanwijzingen valt goed uit te leggen. Maar bij elkaar vormen zij een net en een net heeft mazen. Wat overblijft zijn de stille, beschutte plekken in woonbuurten, waar geen handhaver iets kan en waar bewoners juist rust verwachten. Zo verschuift de overlast van de plekken met toezicht naar de plekken waar mensen wonen.
Daarom willen wij dat het jongerenwerk zich daarop moet richten. Specialistisch jongerenwerk dat de jongeren opzoekt op de plekken waar zij zijn. Het antwoord is daarom niet eindeloos wegsturen, maar met de jongeren in gesprek gaan en daarna een goede plek aanwijzen. En is die plek er, dan kan er ook gehandhaafd worden. In Kortenhoef en rond het Wasmeer speelt dat al langer. Wie 15 jaar is heeft net zo goed een plek nodig.
Een langdurige uitval van stroom, drinkwater, internet of betalingsverkeer raakt ons allemaal. De gemeente en hulpdiensten kunnen dan niet overal tegelijk zijn. Daarom werken wij samen met de veiligheidsregio, nutsbedrijven, zorgorganisaties, scholen, kerken, dorps- en buurthuizen, verenigingen en ondernemers aan een praktische voorbereiding op noodsituaties. In onze dorpen en wijken komt een herkenbaar netwerk van noodsteunpunten waar inwoners informatie en eerste hulp kunnen krijgen. We hebben extra aandacht voor inwoners die zichzelf niet gemakkelijk kunnen redden en helpen inwoners zich voor te bereiden op de eerste 72 uur van een crisis.
Het landelijke vuurwerkverbod geldt vanaf de jaarwisseling 2026/2027. Carbidschieten valt niet onder het consumentenvuurwerk en is een traditie die, mits veilig georganiseerd, in het buitengebied een plaats kan behouden.
Wij bouwen voor de toekomst van onze dorpen en wijken. Omdat een dorp zonder jonge gezinnen zijn school verliest, omdat een wijk zonder betaalbare woningen zijn onderwijzers en verpleegkundigen kwijtraakt en omdat wie hier is opgegroeid hier ook zijn eerste woning moet kunnen vinden en wie hier prettig oud wil worden in een passende woning kan wonen. Woningbouw is het middel. Een vitale gemeenschap is het doel.
Wij vinden dat de gemeente nieuwe woningen en vrijkomende sociale woningen maximaal moet toewijzen aan inwoners uit de nieuwe gemeente Hilversum; voorrang voor wie hier is opgegroeid, hier werkt of hier voor iemand zorgt: mensen met een band met het dorp of de wijk, zoals de wet dat noemt met sociale of economische binding. En voorrang voor de mensen die onze gemeente draaiende houden: zorg, onderwijs, politie en brandweer. Om onze gemeenschap leefbaar te houden is het nodig de binding te behouden en versterken. We moeten bouwen, juist voor onze inwoners, maar we waken voor een ongelimiteerde bouw. Dit zorgt voor overbelastingen van het verkeer, ons erfgoed en onze natuur.
De snelste manier om aan een gezinswoning te komen is niet altijd een nieuwe gezinswoning bouwen. Het is zorgen dat de ouderen die er nu wonen een plek vinden waar ze naartoe willen. Veel jonge Hilversummers zoeken een andere woning en daarbij kijkt een groot deel alleen nog buiten onze gemeente. Dat terwijl circa 40% van onze woningen door één persoon wordt bewoond. De doorstroom stagneert.
Daarom bouwen wij wat er nu ontbreekt: we gaan optoppen, bouwen kleinschalige appartementen met genoeg leefruimte, levensloopbestendige woningen dichtbij de winkel en de huisarts. In de dorpen betekent dat vaak juist appartementen, want daarmee brengen we de doorstroming op gang die met laagbouw alleen niet lukt. We bouwen appartementen met voldoende oog voor ontmoeting: gemeenschappelijke buitenruimte, een gedeelde entree met karakter, ruimte voor de buren die je kent. Gestapeld wonen mag geen anoniem wonen worden. Wij maken ook ruimte voor meergeneratiewoningen, kangoeroewoningen, mantelzorgwoningen en wonen op erven, zodat families elkaar kunnen blijven helpen. Starters helpen we met de starterslening en met betaalbare nieuwbouw die past in de buurt. Wij verkennen de mogelijkheden om het instrument van de gesubsidieerde koopwoning (vroeger bekend als de Premie-A woning) nieuw leven in te blazen: betaalbare koopwoningen met voorrang voor mensen met een band met de gemeente.
Voordat we bouwen is het belangrijk om te weten waar de behoefte echt zit. Ouderen die willen verhuizen weten heel goed wat zij nodig hebben.
Er is één groep die in elk woondebat tussen wal en schip valt: de mensen die te veel verdienen voor een sociale huurwoning en te weinig voor een koophuis. De leraar, de verpleegkundige, de startende agent. Juist voor hen is de huurwoning in het middensegment bedoeld en juist daar knelt het. De landelijke Wet betaalbare huur wil huurders beschermen en dat is een goed doel, maar dat kent een keerzijde: verhuurders verkopen hun woningen en het aanbod middenhuur droogt verder op. Een gemeente verandert die wet niet, maar kan wel sturen. Bij elk woningbouwprogramma bewaken wij daarom het aandeel middenhuur, we maken daarover afspraken met corporaties en ontwikkelaars en we letten erop dat beleid dat op papier beschermt, in de praktijk het aanbod niet wegjaagt.
Wonen in onze dorpen betekent wonen in een omgeving met een ziel. De tuinstad van Dudok, de plassen, het open landschap tussen de kernen, het illusielandschap waarin je vanaf de hei nauwelijks bebouwing ziet. Al dit moois willen wij, net als erfgoedverenigingen en het Goois Natuur Reservaat, beschermen.
Dus bouwen wij niet op de hei en niet in kwetsbare natuur, maar op de plekken waar het kan: bij het station, wij kijken naar herontwikkeling van bedrijventerreinen en van kantoorlocaties die aan vernieuwing toe zijn, boven winkels en op vrijkomende locaties in en om de dorpen.
Om vertraging in projecten te voorkomen gaan we naar voorbeeld van een aantal andere steden versnellen met een aanjaagteam. Dit gaan we doen op het stationsgebied, het Arenapark en de Meent. Het aanjaagteam bewaakt niet alleen de voortgang per project, maar ook de samenhang tussen projecten: woningbouw, voorzieningen, groen en mobiliteit horen één geheel te vormen.
Zorgvuldigheid vraagt ook om bewaking, over collegeperiodes heen. Voor hoogte hanteren wij het piramidemodel dat Hilversum groot heeft gemaakt: hoogte alleen waar de piramide haar top heeft, rond het spoor en het centrum, aflopend naar de groene randen. Daarbuiten past hoogbouw niet. We koesteren het illusielandschap en verdichting wordt getoetst aan twee vragen: gaat het niet ten koste van het groen en niet ten koste van wat Hilversum Hilversum maakt.
De bescherming van onze monumenten en beschermde gezichten zwakken wij niet af, want wie het erfgoed van Dudok als visitekaartje gebruikt, moet het ook onderhouden. En er komt weer een stadsbouwmeester. Die functie is er nu niet: de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten adviseert per bouwplan, maar wie bewaakt het geheel, ook voor het nieuwe Hilversum? In de gemeente van Dudok hoort iemand over de hele tekening te waken.
Er zijn veel ambities om woningbouw in de dorpen te realiseren. Dit is voor de doorstroom en de leefbaarheid van cruciaal belang.
Goede bereikbaarheid verbindt onze dorpen en wijken met elkaar. Het is cruciaal voor een bloeiende economie en samenleving. Het houdt bezoek mogelijk: thuis, bij voorzieningen en bij winkels. Het eerste uur gratis parkeren geeft lucht en zorgt ervoor dat we weer sneller bij elkaar op bezoek gaan. Verkeersveiligheid neemt zorgen weg bij ouders, zodat kinderen zelf naar school, sportveld of winkel kunnen fietsen.
Door de drukte in het straatbeeld van Hilversum, vooral tijdens de spits, en de grote hoeveelheid fietsers (met verschillende snelheden) die de weg delen met automobilisten, ervaren we Hilversum als verkeersonveilig. Deze situatie zorgt er mede voor dat ouders hun kinderen minder snel naar school of sportvelden laten fietsen, wat weer extra druk op de wegen legt. Het is wat het CDA betreft dan ook tijd voor een deltaplan (fiets)verkeersveiligheid. Hierbij zorgen we voor vrijliggende fietspaden, maken we veilige oversteekplekken, met ruime fietsheuvels, zebrapaden, verkeerslichten of vernieuwende fietstunnels. Net wat passend is in de lokale omgeving, en altijd in overleg met omwonenden, scholen of sportverenigingen. Er komt een duidelijk meldpunt voor inwoners om verkeersonveilige situaties te melden, mét terugkoppeling wat er met de melding is gedaan. Binnen Hilversum kennen we de belangrijkste gevaarlijke punten en al deze wegen worden onderdeel van het deltaplan. Dit zijn de Gijsbrecht van Amstelstraat, de Emmastraat (inclusief afslag naar het Achterom), de Beresteinseweg, de Kleine Drift, de rotondes op het Oostereind, Utrechtseweg en Laapersveld. Ook in en tussen de dorpen is verkeersveiligheid een belangrijk thema. Er komt een deltaplan fietsverkeersveiligheid: alle bekende gevaarlijke punten pakken we aan. Denk aan de Kortenhoefsedijk, het Noordereind en Zuidereind, de Kwakel en de Dammerweg. We doen dit altijd samen met omwonenden, scholen en sportverenigingen.
Het parkeerbeleid van Hilversum moet een balans vinden tussen beperkte ruimte in bepaalde delen van Hilversum, en de afhankelijkheid van de auto voor bijvoorbeeld bezoekers, vrijwilligers, mantelzorgers en ouderen. Binnen het winkelgebied willen we inzetten op het behouden of bieden van voldoende parkeergelegenheid. In het centrum door in te zetten op behoud van het Noordse Bosje als parkeermogelijkheid en te onderzoeken of een parkeergarage onder het marktterrein op langere termijn mogelijk is. In alle gebieden maken wij het eerste uur parkeren gratis. Bij even een kop koffie drinken bij familie, een snelle boodschap of je kinderen aanmoedigen bij het sporten past geen financiële drempel.
Daarnaast zorgt het huidige parkeerbeleid voor een verschuiving van de parkeerdruk naar de randen van Hilversum. Het gebied rond de Kastanjevijver, de Johannes Geradtsweg en de Kamerlingh Onnesweg wordt nu volop gebruikt door forenzen om te parkeren en naar het centrum te fietsen, wat in die gebieden juist voor extra parkeerdruk zorgt. Daarnaast moet het parkeerbeleid duidelijk en navolgbaar zijn. Om die reden gaan wij toe naar drie parkeerzones: het gebied binnen de centrumring, het gebied tussen de centrumring en de buitenring, en het gebied daarbuiten (met uitzondering van de Hilversumse Meent en Kerkelanden). Buiten het centrum worden de betaald parkeertijden aangepast van 9.00 tot 21.00 uur. De zondag blijft overal gratis. Deze zonering gaat over Hilversum. In de dorpen voeren wij geen betaald parkeren in.
Elk huishouden krijgt daarnaast per kwartaal 300 uur aan bezoekersuren, waarmee bezoek gratis kan parkeren. Mantelzorgers en vrijwilligers ontvangen zelf een parkeervergunning voor de locatie van de zorg of relevante vereniging.
Ten slotte zetten we in op strengere handhaving van foutparkeerders, waarmee we de leefbaarheid in de wijken en buurten willen vergroten.
Wie geen auto heeft of niet zelf kan rijden, moet ook mee kunnen doen. Daarom zetten wij ons samen met de provincie en vervoerders in voor betrouwbare verbindingen tussen de dorpen, Hilversum en de omliggende stations, ook ’s avonds en in het weekend. Bushaltes moeten veilig en toegankelijk zijn. Voor wie niet met de gewone bus kan reizen, blijft passend vervoer beschikbaar. Deelmobiliteit en de VechtplassenExpress zijn een welkome aanvulling, maar geen vervanging van goed openbaar vervoer.
Veel onveilige situaties ontstaan door asociaal verkeersgedrag. Door rood rijden, veel harder rijden dan toegestaan, tegen het verkeer in rijden of extra geluid produceren zijn situaties waardoor veel ongelukken ontstaan zijn, en waarbij de handhaving en pakkans momenteel klein is. Wanneer we willen inzetten op verkeersveiligheid is het van belang dat we dit asociale gedrag hard aanpakken. Dat betekent dat we snelheidsgereguleerde verkeerslichten met flitsers gaan inzetten. Daarnaast gaan we investeren in extra controles op (opgevoerde) fatbikes of scooters, en op onnodig geluid maken, zoals toeteren of harde uitlaten.
Wij voeren het vastgestelde Mobiliteitsplan Wijdemeren 2045 uit en actualiseren het uitvoeringsprogramma waar nieuwe ontwikkelingen en inzichten daarom vragen. Wij kiezen voor 30 km/u op wegen waar fietsers, voetgangers en auto’s samenkomen en niet veilig van elkaar kunnen worden gescheiden. In de dorpen voeren wij geen betaald parkeren in. De bereikbaarheid voor hulpdiensten, openbaar vervoer, boeren en lokale bedrijven blijft gewaarborgd.
Bezoekers zorgen voor een bloeiende economie, maar recreatiedruk mag niet ten koste gaan van de veiligheid en leefbaarheid van inwoners.
Voor zowel de fiets als gemotoriseerd verkeer is het van belang dat de doorstroming wordt bevorderd. Waar doorgaand zwaar verkeer aantoonbaar overlast, opstopping en onveiligheid veroorzaakt, stellen we een vrachtverbod of venstertijden in en zorgen wij samen met politie en handhaving voor toezicht. Voor doorstroming op de ringwegen in Hilversum zoeken we naar innovatieve oplossingen, stimuleren we fietsverkeer om druk te ontlasten en houden we de lobby gaande om belangrijke knelpunten te agenderen die Hilversum niet alleen kan oplossen. Concrete verbeteringen moeten de komende periode snel worden aangepakt.
Wij hebben het Gooi en de Vechtstreek niet geërfd van onze ouders, maar te leen van onze kinderen. Dat betekent beschermen wat kwetsbaar is, verzorgen wat ons is toevertrouwd. En beginnen waar je staat: in je eigen straat, je eigen plantsoen, je eigen buurt.
Wie vanaf de hei om zich heen kijkt, ziet nauwelijks bebouwing: het Gooise landschap is ooit bewust zo vormgegeven dat je je op elke plek in een eindeloos natuurgebied kunt wanen. Dat illusielandschap is uniek. Dudok ontwierp met plantsoenmeester Meijer de tuinstad, waar groene vingers en zichtlijnen de natuur tot diep in de wijken trekken. Landschap en stad zijn hier in elkaar geweven. Het zorgt er mede voor dat gezinnen hier wortelen en dat mensen die hier opgroeiden terug willen komen.
Waar in Hilversum het illusielandschap uniek is, zijn het voor de dorpen het licht, de rust en de ruimte. Donkerte en stilte zijn natuurwaarden op zichzelf en wij houden daar rekening mee bij verlichting, bij evenementen en bij wat wij toestaan in het buitengebied.
Natuurlijk beheer is belangrijk, bijvoorbeeld voor biodiversiteit, maar vraagt aandacht en vakmanschap, net als een strak plantsoen. Natuurlijk is niet hetzelfde als verwaarloosd. Daarom maken wij het onderhoudsniveau per wijk en dorp inzichtelijk. Met structureel budget en bewuste keuzes waar natuurlijk beheer past (bermen, natuurranden) en waar verzorgd groen hoort (plantsoenen, lanen, speelplekken). Meldingen over de openbare ruimte worden navolgbaar opgepakt. Meer groen komt erbij waar het nu ontbreekt: meer bomen en minder verstening in de dichtbebouwde wijken, groene schoolpleinen en speeltuinen en een inrichting die tegen hitte, droogte en hoosbuien kan, met wateropvang als standaard. Biodiversiteit krijgt een vaste plek: inheemse beplanting in bermen, parken en plantsoenen, zodat verzorgd groen ook levend groen is. En inwoners betrekken we actief bij de vergroening van hun eigen straat en buurt. We zetten de vergroening van speeltuinen verder voort.
Hitte in een stedelijke omgeving vraagt om actie. De zomers worden warmer. Waar veel stenen liggen, loopt de temperatuur op. Voor ouderen die alleen thuis wonen, voor kleine kinderen en voor mensen met een zwakke gezondheid zijn hete dagen een risico. Wij kiezen daarom voor koelte die je kunt gebruiken. Schaduw is het goedkoopste koelmiddel dat er is en die komt van bomen en niet van techniek. Wij vergroenen met voorrang de plekken waar het het warmst is en waar mensen toch moeten zijn: winkelstraten, pleinen, schoolpleinen en de routes naar de winkel, de huisarts en de bushalte. Elke herinrichting is een kans, want als de straat toch open ligt, maken we hem koeler en groener dan daarvoor. Wanneer een boom gekapt moet worden, plaatsen we waar mogelijk volwassen bomen terug. En in elke wijk hoort een plek te zijn waar je op een hete dag verkoeling vindt. We onderzoeken de mogelijkheden om een maximaal verhardingspercentage bij nieuwbouw op te nemen, en leggen zo min mogelijk asfalt maar bestraten waar mogelijk om waterdoorlating te bevorderen. Dit om te voorkomen dat tuinen vol liggen met steen, wat niet helpt bij onze wateropgave.
De nieuwe gemeente is ook een watergemeente: de Loosdrechtse, Ankeveense en Kortenhoefse Plassen, de Spiegelplas en de Vechtstreek horen bij de mooiste natte natuur van Nederland. De waterkwaliteit van de plassen verdient blijvende aandacht, samen met het waterschap, de provincie en de recreatiesector. Veel van ons landschap is niet van de gemeente maar van terreinbeheerders zoals Natuurmonumenten en het Goois Natuurreservaat. Speelt er iets tussen zo’n beheerder en een dorp, dan gaat de gemeente niet aan de zijlijn staan maar voert zij dat gesprek samen met het dorp. Het buitengebied heeft een toekomst mét de boeren: agrariërs zijn de dragers van het landschap en verdienen duidelijkheid en perspectief in plaats van stapeling van regels. Lokale initiatieven zoals voedselbossen en fruitboomprojecten geven inwoners een eigen aandeel in het groen. De projecten van de Appelboom waar mensen hun eigen groenonderhoud doen zijn hier een mooi voorbeeld van.
Verduurzamen doen we mét inwoners, in hun tempo en naar hun keuze. De duurzaamste energie is de energie die je niet gebruikt: isoleren eerst, wijk voor wijk, met praktische hulp bij subsidies en extra aandacht voor VvE’s, monumenten, starters en senioren. Zonnepanelen horen op woningen, bedrijfshallen, maatschappelijk vastgoed en parkeerterreinen en niet in de natuur: geen grootschalige windturbines op de hei en geen zonneweides in de polder. Warmtenetten steunen we waar ze technisch passen en financieel verantwoord zijn; haalbaar, betaalbaar en betrouwbaar zijn de toetsstenen. Lokale energiecoöperaties en bewonersinitiatieven krijgen onze steun, zodat opbrengsten zoveel mogelijk in de gemeenschap blijven. Draagvlak is daarbij wel de voorwaarde.
Wij blijven ons verzetten tegen grootschalige windturbines in de Hoeker- en Garstenpolder, direct tegenover Nederhorst den Berg. Het CDA nam in 2025 mede het initiatief om de gemeenteraad hiertegen stelling te laten nemen. Samen met inwoners, de gemeente Stichtse Vecht, omliggende gemeenten en de provincie Noord-Holland blijven wij richting de provincie Utrecht alle beschikbare bestuurlijke en juridische mogelijkheden benutten. Het woon- en leefklimaat, de natuur en het karakteristieke Vechtlandschap mogen niet ondergeschikt worden gemaakt aan een grootschalig plan dat van bovenaf wordt opgelegd. Hetzelfde geldt voor het behoud van het illusielandschap. Geen windmolens op of rondom de hei.
Dit betekent niet dat wij tegen iedere vorm van windenergie zijn. Aan een kleinschalige windmolen bij een agrarisch bedrijf zijn wij bereid mee te werken, mits deze past bij de schaal van het erf en het landschap. Omwonenden moeten vroegtijdig en serieus worden betrokken, overlast voor de omgeving moet worden beperkt en er moet voldoende lokaal draagvlak zijn. De opgewekte energie is bij voorkeur bestemd voor het bedrijf zelf of de directe omgeving. Zo kiezen wij voor lokaal maatwerk en duurzame energie van onderop.
CDA Hilversum wil dat de lokale overheid helpt door bewustwording en verbinding te zoeken tussen bedrijven, organisaties zoals Hilversum100 en lokale initiatieven die met circulaire economie bezig zijn. De ruil- en deeleconomie groeit, co-financiering en crowdfunding nemen toe.
Ondertussen groeit de vraag naar stroom onstuitbaar: richting 2050 verdubbelt het elektriciteitsverbruik in onze gemeente en nu al zit het elektriciteitsnet vol. Netcongestie raakt ondernemers die willen uitbreiden, woningbouw, scholen die willen verduurzamen en wijken die van het gas willen. Daarom krijgt verzwaring van het elektriciteitsnet prioriteit, zetten we in op lokaal energie delen en zorgen we ervoor dat inwoners meeprofiteren van lokale opwek.
Maar zon en besparing alleen gaan die verdubbeling niet dragen. Niet zonder het landschap vol te zetten met turbines en panelen. En dat weigeren wij. Daarom kijken we verder. Op initiatief van het CDA besloot de raad met brede steun om de mogelijkheden van een kleine kernreactor (SMR) te verkennen: een stabiele, CO2-vrije energiebron die ons landschap spaart. Die verkenning maken wij af zoals de raad haar bedoelde: regionaal, met het volledige grondgebied van de nieuwe gemeente in beeld, met maatschappelijke acceptatie en veiligheid als harde voorwaarden en met gebruik van de rijksmiddelen die voor haalbaarheids- en locatiestudies klaarstaan. Wat wij uit die verkenning al weten: de kleine reactoren die bij de vraag van onze gemeente passen, bestaan nog niet. De eerste komen in Nederland rond 2040 op de markt. Niet de gemeente bouwt zo’n reactor, dat doet een initiatiefnemer; de gemeente maakt het mogelijk of niet. Wie dan mee wil doen, moet zich nu voorbereiden. Dat doen wij: kernenergie krijgt als mogelijke energiebron voor de regio een plek in de nieuwe omgevingsvisie en het omgevingsplan houdt ruimte voor een geschikte locatie, zodat die niet wordt weggebouwd voordat de keuze aan de orde is.
Wij geloven dat mensen voor elkaar willen zorgen en dat de gemeente er is om dat mogelijk te maken, niet om het over te nemen. Maar ook weten we dat de zin van het bestaan gaat over de zorg voor de ander. Dit hoofdstuk is niet alleen geschreven voor mensen die zorg nodig hebben. Het gaat over iedereen. In de regio Gooi en Vechtstreek is de brede welvaart de hoogste van Nederland; we zijn nog nooit zó welvarend geweest. Maar we zijn ook nog nooit zo eenzaam geweest. Er zijn nog nooit zoveel kinderen met een jeugdhulptraject geweest en de mentale gezondheid was nog nooit zo slecht. We hebben lang gedacht dat geld, sociale media en snelle zorg ons gelukkiger zouden maken. Het heeft anders uitgepakt. Het moet daarom anders. En het kan ook anders. De afgelopen jaren heeft het CDA het initiatief genomen om de zorg te veranderen: van een stelsel dat wacht op een indicatie naar een gemeenschap die eerder klaar staat. Meer mensen kregen hulp, en méér mensen hielpen een ander.
Door de wijk rijdt een buurtmobi. Achter het stuur een vrijwilliger, naast hem een buurvrouw die anders de deur niet meer uitkwam. Onderweg naar het buurthuis, waar door vrijwilligers een maaltijd wordt geserveerd. Geen indicatie, geen aanvraag, geen wachtlijst. Een buurman die tijd heeft en een buurvrouw die weer meedoet. Dat is het hart van de omslag die de afgelopen vier jaar in gang is gezet. Gedragen door de buurt. En waar het nodig was gefaciliteerd door de gemeente.
Op steeds meer plekken in onze gemeente wordt zorg verleend zonder indicatie, als algemene voorziening. Professionals en buurtbewoners ondersteunen buurtbewoners. En terwijl méér mensen hulp kregen, stegen de kosten niet evenredig mee. Het is niet alleen goedkoper. Het is vooral menselijker.
De overheid neemt niet over, maar maakt mogelijk. Omzien naar elkaar begint niet bij de overheid, maar in de straat, de vereniging, het dorpshuis en de kerk. De gemeente werkt samen met huisartsen, het ziekenhuis, de ggz en de buurtteams, en steunt wat inwoners zelf opzetten en gaat er niet voor in de plaats staan. Nergens komt dat omzien naar elkaar scherper naar voren dan wanneer we spreken over eenzaamheid. Eenzaamheid, misschien wel het ergste dat een mens kan overkomen. De Hilversumse aanpak is vooruitstrevend. We zetten het actieprogramma ‘Samen zijn we sterker’ door en maken er extra middelen voor vrij. We versterken de vrijwilligerscentrale en de organisaties die daar dag in dag uit het werk voor doen.
Er zijn nog nooit zoveel kinderen met een jeugdhulptraject geweest als nu. En dat in de welvarendste regio van het land. Het systeem en de samenleving zijn vastgelopen.
Bij de jeugd valt het meest te winnen. Hoe eerder we een probleem zien, hoe lichter de hulp die volstaat en hoe minder een kind vast komt te zitten in een traject dat het niet nodig had. De jeugdgezondheidszorg, het schoolmaatschappelijk werk, de praktijkondersteuner bij de huisarts en de lokale buurtteams zijn daarin onze ogen en oren; die samenwerking versterken we, net als de aansluiting tussen jeugdzorg en onderwijs. Maar we durven ook een grens te trekken, niet elke hobbel in het opgroeien is een zorgvraag. Niet alle geïndiceerde zorg is goed voor een kind.
Door dat onderscheid scherp te houden en duidelijke afspraken te maken met scholen, huisartsen en andere verwijzers, houden we grip op de jeugdzorg. Voor het kind, en voor het geld dat we met elkaar opbrengen, dat we verantwoord besteden en waar nodig beschermen tegen fraude en criminaliteit.
De school speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van een kind. Zowel als het gaat over preventie, vroegsignalering en doorlopende ontwikkellijnen.
Tegelijkertijd blijft de opgave om samenwerking met het onderwijs verder te verdiepen en structureel te verankeren, vooral op het snijvlak van onderwijs, jeugdhulp en inclusie.
We vragen ook de omgeving om mee te doen. De ouders, maar ook de buren. Net als toen wij vroeger opgroeiden met ooms en tantes in onze wijk, zoeken we nu leun- en steungezinnen. We investeren in werving en training. Zo wordt omzien naar elkaar weer van ons allemaal. It takes a village to raise a child.
De mentale gezondheid stond onder jongeren nog nooit zo onder druk. Daar helpt geen loket tegen. Het helpt een jongere als die zich gezien voelt: een plek in de wijk, een jongeren- of sportcoach die hem kent, een club waar hij erbij hoort. In die weerbaarheid investeren we. En we durven iets ongemakkelijks te zeggen over de telefoon in elke broekzak. Niet uit angst voor techniek, maar omdat een kinderhoofd rust nodig heeft. Onze oproep “Geef je kind (nog) geen smartphone” was daarin een begin; opgroeien met minder scherm blijven we stimuleren, samen met scholen en ouders.
Gezondheid begint namelijk niet in de spreekkamer. Ze begint bij wat we eten, of we bewegen, en of er iemand is die vraagt hoe het gaat. Het CDA maakt de gezonde keuze de makkelijke keuze: gezond eten eenvoudiger maken, sport en bewegen dichtbij en toegankelijk voor ieder inkomen. Het gezondheidsbeleid dat we hebben ingezet, verankeren we in álle domeinen van de gemeente, want gezondheid wordt net zo goed bepaald door wonen, werk en de inrichting van de wijk als door de zorg zelf. Dat in combinatie met de nieuwe gemeente met veel heide, groen en water, dan ligt de gezondste gemeente van Nederland binnen bereik.
In de welvarendste regio van Nederland zou je denken dat iedereen meekomt. Maar het tegendeel is het geval. Er zijn veel mensen zonder werk, gezinnen met schulden en soms iemand die ’s nachts geen dak boven zijn hoofd heeft. Meedoen is voor het CDA de basis van een gemeenschap: iedereen doet ertoe en niemand valt buiten de boot.
Meedoen begint bij werk. Werk zorgt voor ritme, contact en het gevoel dat je nodig bent. Daarom bieden we inwoners met een bijstandsuitkering waar het kan een basisbaan: geen wachtstand, maar perspectief. Op initiatief van het CDA zijn de eerste basisbanen een feit en dat wordt de komende periode verder uitgebouwd. Werk is de kortste weg terug in de samenleving en vaak ook uit de eenzaamheid.
We moeten er eerder bij zijn. Armoede komt zelden alleen: ze brengt schulden mee, isolement, en jongeren worden verleid om te kiezen voor het snelle geld in plaats van het trage geld van een eerlijke toekomst.
Door vroeg te signaleren, samen met scholen, jeugdzorg en partners in de wijk zien we problemen eerder. Het kan ervoor zorgen dat mensen minder vastlopen.
Ouder worden is een levensfase waarin mensen blijven bijdragen, zorgen, leren, geloven, genieten, rouwen, twijfelen en opnieuw beginnen. Wij staan voor een samenleving waar wanneer het nodig is, er iemand voor je is.
Het begint bij buren die elkaar kennen. Bij een wijkcentrum waar je binnenloopt en een dorpshuis waar mensen elkaar vasthouden. Bij een kerk, een vereniging, een sportclub of een bibliotheek waar iemand merkt dat je er even niet was. Bij een huisarts die weet wat er speelt. Bij een verpleeghuis dat niet met de rug naar de wijk staat, maar de deuren opent naar de buurt.
Het CDA maakt van het programma Waardig ouder worden een speerpunt. Richting 2040 is ongeveer een kwart van onze inwoners 65 jaar of ouder.
De afgelopen periode is er veel in gang gezet. Met de uitvoeringsagenda Ouder worden is het onderwerp opgeschoven van een zorgthema naar een gezamenlijke opgave van wonen, welzijn, mobiliteit, gezondheid, openbare ruimte en samenleving. Er kwamen aparte agenda’s voor mantelzorg, eenzaamheid, gezondheid en vrijwillige inzet. Dat is belangrijk, want ouder worden gebeurt juist op die snijvlakken. Wie zijn rijbewijs kwijtraakt, kan het gevoel van vrijheid verliezen. Wie met pensioen gaat, wint vrijheid en verliest ritme. Wie zijn partner verliest, heeft verdriet en soms ook praktische hulp, ontmoeting en nieuwe verbinding nodig. Deze ingezette lijn zetten wij graag voort.
Wij willen in elke wijk en elk dorp minimaal één herkenbare plek waar je kunt aanlanden. Dat hoeft bijna nergens een nieuw gebouw te zijn, want meestal is de plek er al: een wijkcentrum, een dorpshuis, een kerk, een woonzorglocatie, een buurtkamer, een sportkantine, een bibliotheekpunt of een bewonersinitiatief.
Een aanlandplek is een plek waar je zonder schaamte binnenloopt. Voor ontmoeting, voor informatie, voor een activiteit, voor steun als mantelzorger, voor hulp bij digitale vragen, voor een gesprek na verlies, voor een zinvolle invulling van de dag of voor de weg naar de huisarts, het welzijnswerk of de wijkverpleging. Maar ook voor hulp. Misschien is dat wel het belangrijkste. Het kenmerk is simpel: de deur staat open en elke vraag krijgt een vervolg.
Wie zijn leven heeft opgebouwd in een wijk van Hilversum of in Loosdrecht, Kortenhoef, ’s-Graveland, Ankeveen, Breukeleveen of Nederhorst den Berg, hoort daar ook oud te kunnen worden. Dat vraagt om kleinschalige woningbouw met voorrang voor mensen uit het dorp of de wijk zelf en om woonvormen waar zorg dichtbij is. We gaan met de ouderenorganisaties in gesprek om te bespreken wat goede alternatieven zijn voor wie zelfstandig wil blijven wonen zonder de zorg voor een heel huis. Dat is meteen de beste motor onder de doorstroming.
Ouderen moeten veilig naar de winkel, de huisarts, de apotheek, het wijkcentrum en de bushalte kunnen. Dat vraagt om vlakke stoepen, geen hindernissen als auto’s op de stoep, groen dat niet over het pad hangt, bankjes onderweg, schaduw, veilige oversteekplaatsen en gebouwen waar je binnenkomt. Ouderenbeleid gaat dus net zo goed over de inrichting van de wijk als over zorg. Die schaduw wordt bovendien belangrijker. Op hete dagen zijn het juist ouderen die thuisblijven omdat de route naar de winkel of de bushalte geen enkele koele plek kent, en dan wordt een warme zomer een gezondheidsvraag.
En het gaat over vervoer. Buurtmobiliteit zoals de MeentMobiel, Buurtmobi en de Buurtrijder laat zien hoe vrijwillige inzet, mobiliteit en ontmoeting elkaar versterken. Wij steunen deze initiatieven.
Wij willen een lokaal pact Waardig Ouder Worden sluiten met de partijen die het werk doen: Vivium, Inovum, HilverZorg, Amaris, huisartsen, wijkverpleging, welzijn, woningcorporaties, ouderenorganisaties, vrijwilligers, kerken, dorpshuizen, sport en cultuur. Maar ook onderwijs en kinderopvang. Wat ons betreft levert dat concrete afspraken op per wijk en per dorp.
Daarbij hoort ook een andere blik op de verpleeghuizen en woonzorglocaties. Zij zijn niet alleen het gebouw waar je terechtkomt als het thuis niet meer gaat. Zij kunnen open wijkpartners zijn: plekken van kennis, ontmoeting, dagbesteding, dementiezorg, steun aan mantelzorgers en respijt. We zoeken hiervoor samenwerking met de zorgverzekeraar.
De Stamclub op Zonnestraal, Toffe Peren in Kortenhoef, ’t Wijdehuis, de Ontmoetgroep Wijdemeren, de derde helft bij de voetbalclub ’s-Graveland, SenVer en Ratatouille zijn geen randverschijnselen, dit zijn onze structuren. En zo zijn er nog veel meer initiatieven in onze wijken en dorpen.
Er worden gemeenschappen gebouwd waarin mensen ertoe doen. Ouderen zijn niet alleen ontvangers van zorg. Zij hebben kennis, ervaring, humor, geloof, verhalen, talent en tijd.
Onze rol is mogelijk maken en niet overnemen. Waar wij het van de gemeenschap overnemen, nemen wij ook het eigenaarschap weg. Waar wij wel voorstander van zijn is klein en praktisch: voorzorgcirkels en lief-en-leedstraten ondersteunen, ruimte beschikbaar houden, de regeldruk laag houden en zorgen dat wie iets organiseert niet vastloopt bij een loket.
Steeds meer misbruik komt binnen via de telefoon en de laptop: babbeltrucs, phishing, valse bankmedewerkers en oplichting bij online aankopen. Daarnaast speelt financieel misbruik dichter bij huis dan mensen denken. Op hogere leeftijd worden ouderen kwetsbaarder voor oplichting en criminaliteit. Dit heeft een grote impact op hun gevoel van veiligheid.
Wij geven digitale veiligheid, financieel misbruik en steun bij ingrijpende levensgebeurtenissen een vaste plek in de ouderenaanpak, met de bibliotheek als herkenbare plek waar voorlichting en hulp samenkomen.
Verenigingen, kerken, dorpshuizen en vrijwilligers zijn het sociale cement van onze samenleving. Op het sportveld, in de kantine en achter de bestuurstafel ontmoeten mensen elkaar die elkaar anders nooit zouden tegenkomen. Wat daar gebeurt, kan geen enkele gemeente organiseren. Wij kunnen het wel mogelijk maken of onbedoeld in de weg zitten.
Vraag mensen in onze dorpen en wijken wat hun gemeenschap bij elkaar houdt en het antwoord is bijna altijd hetzelfde: de club, de kerk, het dorps- of buurthuis en de mensen die daar hun avonden aan geven. Een vereniging is vaak niet een activiteit maar dé basisvoorziening.
Sport en bewegen zijn daarbij goud waard. Trainers, vrijwilligers en buurtsportcoaches dragen elke week bij aan de gezondheid van onze inwoners. Bewegen is een van de beste middelen tegen eenzaamheid, overgewicht en mentale kwetsbaarheid. Wie niet vanzelfsprekend meedoet of mee kan doen, moet ergens kunnen aanhaken.
Onze verenigingen bieden structuur, vriendschap en een plek waar iedereen welkom is. Wij willen die clubs versterken door hen ruimte te geven, samenwerking tussen verenigingen te stimuleren en te zorgen dat accommodaties goed worden benut. Een sterke club is meer dan een aanbieder van sport of cultuur. Het is een gemeenschap waar mensen elkaar kennen en waar jongeren opgroeien tot zelfbewuste, betrokken inwoners. Een mooi voorbeeld is de Scouting.
Het CDA vindt dat de komende jaren niet op sport en verenigingen mag worden bezuinigd.
Als er één zorg is die bij elke vereniging terugkomt, is het deze. Er zijn steeds minder vrijwilligers en bestuurders. In Ankeveen, waar men trots is dat alles samen wordt gedaan, is de opvolging van de mensen die overal de spil zijn de grootste zorg.
Wij horen aan de andere kant iets hoopgevends, mensen wíllen zich inzetten, ze worden alleen niet gevraagd. Het aandeel inwoners dat zich actief wil inzetten voor de buurt is de afgelopen periode gestegen. Het CDA wil mensen verantwoordelijkheid geven, want verantwoordelijkheid geeft eigenaarschap en eigenaarschap geeft betrokkenheid.
Daarom zetten wij de investering in vrijwilligerswerk voort en breiden we de vrijwilligerscentrale uit naar de hele nieuwe gemeente. Wij bouwen voort op de ontwikkelingen van één herkenbaar loket voor vragen van vrijwilligers en verenigingen, waar je terechtkunt met alles wat een bestuur tegenkomt: een vergunning, een verklaring omtrent gedrag, een verzekering, een subsidie of een vraag over de huur van een gebouw.
En wij zetten in op de nieuwe vrijwilligers: promotie van vrijwilligerswerk op scholen en via de maatschappelijke stage, plus de avond voor nieuwe inwoners waar mensen kennismaken met de verenigingen in hun buurt of dorp. Omdat wij geloven dat vrijwilligerswerk bijdraagt aan een mooiere samenleving en minder zorgvraag, investeert het CDA de komende jaren fors in de agenda vrijwillige inzet.
Vaak is de beste steun die een gemeente kan geven, een vereniging niet in de weg lopen. Regels en verantwoording kunnen gaan domineren en het gezonde verstand kan daarbij in de verdrukking komen. Dat merken juist verenigingen: voor een jaarlijkse rommelmarkt, een dorpsfeest of een toernooi dat er al dertig jaar is, moet steeds meer worden geregeld.
Wij geloven dat het anders kan. Alledaagse activiteiten van verenigingen behandelen wij met vertrouwen als uitgangspunt, in de geest van de regel en niet naar de letter. Wij koesteren de evenementen en de gemeente faciliteert de organisatie.
Ook de bestaande vrijstelling van onroerendezaakbelasting voor verenigingsgebouwen houden wij overeind. Waar gebouwen leeg staan terwijl een andere club ruimte zoekt, worden deze bij elkaar gebracht. Multifunctioneel gebruik houdt voorzieningen betaalbaar en dus in stand.
De fusie brengt de vraag mee hoe subsidies zich tot elkaar verhouden en daar ligt een risico dat initiatieven die nu op eigen kracht draaien straks worden overgenomen door goedbedoeld gemeentelijk geld. Daarom wordt het subsidiebeleid gedifferentieerd. Er komt een transparante set van wegingscriteria waarbij deze aanpak wordt geborgd. De gemeente vult aan wat de gemeenschap zelf draagt en neemt nooit over wat zij zelf kan.
Een vereniging is alleen het cement van de samenleving als iedereen er terecht kan. Contributie, sportkleding, een toernooi of een instrument mogen geen reden zijn om af te haken. Daarom houden wij de weg naar het jeugdfonds, het sport- en cultuurfonds en Stichting Leergeld kort en goed vindbaar en zorgen we dat inwoners van de dorpen daar na de fusie net zo goed bij kunnen als inwoners van Hilversum.
Meedoen betekent ook sporten zonder lidmaatschap. Niet iedereen wil op dinsdagavond in een team staan. Daarom investeren wij in laagdrempelig bewegen in de wijk: veilige speelplekken, basketbalveldjes, urban sports, freerunnen, beweegtoestellen voor ouderen en gewoon een goed pad om te wandelen. De openbare ruimte is het verlengstuk van onze sportinfrastructuur. Dit past naadloos in het gezondheidsbeleid: Health in all policies. In Noordwest, waar opvallend weinig sport- en speelplekken zijn, begint dat wat ons betreft.
En veiligheid hoort erbij, op twee manieren. Iedere sporter moet zich veilig voelen bij zijn club, met vertrouwenspersonen, duidelijke omgangsnormen en een cultuur van respect. En de weg ernaartoe moet veilig zijn: kinderen die zelfstandig naar de training fietsen over goed verlichte routes met veilige oversteekplaatsen.
Verenigingen zien dingen die de gemeente niet ziet. Een trainer merkt eerder dan wie ook dat het thuis niet goed gaat en een club bereikt jongeren die met geen enkele folder te bereiken zijn. We maken afspraken met clubs over voorlichting op een trainingsavond, over drugs en wapens, over verkeersveiligheid, over online veiligheid of over wat je doet als je je zorgen maakt over een teamgenoot. Dit idee is niet van ons, maar van verenigingen zelf. Wij brengen de kennis en de mensen mee, de vereniging brengt het publiek. Zo maken wij van de club ook een plek waar preventie echt landt.
Sportpark Arena krijgt in onze plannen een bredere rol. Niet alleen een plek om te sporten, maar ook een plek voor ontmoeting, gezondheid en maatschappelijke activiteiten.
Door sport en het sociaal domein dichter bij elkaar te brengen bereiken wij meer mensen. Zoals jongeren die steun nodig hebben, ouderen die een beweegmaatje zoeken en inwoners die via sport weer ritme vinden.
Cultuur is waar mensen elkaar vinden in iets dat groter is dan henzelf: een koor, een toneelvereniging, een concert, een verhaal. En cultuur is wat wij doorgeven: het Hilversum van Dudok, de dorpen met hun eigen tradities, de verhalen van de media. Cultuur is niet elitair. Cultuur is van de samenleving.
Toen Leeuwarden in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa werd, won het niet met het grootste budget maar met twee Friese woorden: Iepen Mienskip. Een open gemeenschap waar iedereen aan meedoet en een rol krijgt. Dat is precies hoe wij naar cultuur kijken. Daarom vroegen wij het college, met unanieme steun van de raad, om initiatieven te stimuleren en waar mogelijk te faciliteren waarbij kwetsbare tot zeer kwetsbare inwoners worden uitgenodigd om mee te doen in de organisatie en de uitvoering van cultuur. Meedoen is bij ons niet in het publiek zitten. Meedoen is meemaken.
Een gezond kunst- en cultuurklimaat is onontbeerlijk voor onze gemeente. Kunst, theater, muziek, dans en film maken steden en dorpen mooier en aangenamer. Maar cultuur is vóór alles van de gemeenschap zelf. De overheid heeft daarin niet het primaat. Zij bewaakt de randvoorwaarden en ondersteunt wat de samenleving zelf maakt.
En wat de samenleving in Hilversum maakt, mag er zijn. Van de concertzaal aan de Heuvellaan tot het Havenloos Mannenkoor, van het museum Sypesteyn tot de musicalvereniging in het dorpshuis.
Cultuur in onze gemeente wordt gedragen door duizenden mensen die er hun avonden en weekenden aan geven. We zijn trots op verenigingen als Beatrix, het Cuypersensemble en het Grafisch Atelier. En op de instellingen die ons op de kaart zetten: het Groot Omroepkoor, het Radio Filharmonisch Orkest en Beeld en Geluid. Ook de kleine gezelschappen waar naast cultuur de ontmoeting centraal staat, kunnen op onze steun rekenen.
Iedere inwoner moet zich kunnen ontwikkelen via muziek, toneel of andere culturele vorming. Daarom houden we de voorzieningen voor amateurkunst laagdrempelig en betaalbaar, breiden we culturele activiteiten op buurt- en dorpsniveau uit en zorgen we via het Jeugdfonds en goedkoper aanbod dat ook gezinnen met een smalle beurs kunnen meedoen. Cultuureducatie laat elk kind kennismaken met muziek, theater en kunst, wat er thuis ook te besteden is. En de bibliotheek verhuist dit jaar naar haar nieuwe plek in de Gooische Brink, midden in het centrum. Daar hebben wij jaren voor gepleit. Nu is het onze taak te bewaken dat zij de huiskamer van de gemeente wórdt en blijft: laagdrempelig, betaalbaar en van iedereen, met een groeiende rol in onze digitale samenleving. Laagdrempelig betekent voor ons ook: gratis kunnen parkeren als je boeken komt halen.
Hoe zorgen we ervoor dat prachtige initiatieven uit de gemeenschap, gedragen door vrijwilligers, lokale sponsoren en eigen inzet, niet worden verdrongen door goedbedoelde gemeentelijke (financiële) ondersteuning? Het gelijktrekken van subsidies met de stad lijkt aantrekkelijk, maar meer geld mag er niet toe leiden dat de gemeente de verantwoordelijkheid overneemt. Want wie de verantwoordelijkheid overneemt, neemt uiteindelijk ook het eigenaarschap weg.
De voorbeelden voor het oprapen. De avondvierdaagse draait niet zonder vrijwilligers, in Ankeveen houden onder meer de Dillewijn, SOFA en de Ankeveense IJsclub met activiteiten als de 12 uur van Ankeveen het dorp levendig. In ’s-Graveland wordt de Veemarkt door lokale inzet van de SFG (Stichting Festiviteiten ’s-Graveland) mogelijk gemaakt. In Kortenhoef draaien het NK Palingroken, Koningsdag, speeltuin De Eekhoorn en het carnaval van de Turftrappers op vrijwilligers. In Loosdrecht organiseert Stichting SLOEP met honderden vrijwilligers de Feestweek en tal van andere activiteiten. In Nederhorst den Berg worden het Zomerspektakel en Nederhorst on Ice door vrijwilligers en lokale sponsoren gedragen. En in Breukeleveen regelen inwoners veel zelf, van de AED tot de kerstverlichting. In Hilversum wordt buurthuis De Geus door vrijwilligers gerund, in de Meent is De Kruisdam een centraal punt voor en door inwoners, speeltuinen, de H100 en er valt nog zoveel op te noemen.
De gemeente ondersteunt waar dat nodig is, neemt belemmeringen weg en geeft ruimte, maar neemt niet over wat inwoners zelf al uitstekend organiseren.
Daarom hanteren wij het principe: subsidie volgt initiatief, nooit andersom. De gemeente vult aan wat de gemeenschap zelf draagt en neemt nooit over wat de gemeenschap zelf kan. We geven onze subsidieregelingen zo vorm dat deze beweging wordt gestimuleerd. Dat vraagt wel eerlijkheid over de keerzijde. Op veel plekken maken initiatiefnemers zich zorgen over de opvolging van de vrijwilligers die overal de spil zijn. Een model dat op vrijwilligers rust, houdt alleen stand als er mensen bij komen. Daarom investeren wij in de vrijwilligerscentrale en wordt een herkenbaar loket voor vrijwilligers en verenigingen doorontwikkeld.
Dat werken we uit in drie afspraken:
Onze gemeente draagt drie verhalen die nergens anders samen voorkomen: de tuinstad van Dudok, het religieuze en industriële erfgoed van dorpen en stad en het media-erfgoed van tachtig jaar radio en televisie. Die verhalen beschermen we door ze te blijven vertellen: in het onderwijs, in de openbare ruimte en door herbestemming die karakter bewaart in plaats van sloopt.
De geschiedenis van onze gemeente verdient een vaste plek. Dat dossier sleept al veel te lang. Bij het feestjaar 600 jaar Hilversum maakte het Erfgoedhuis samen met de Collectie Hilversum een vliegende start in de Gooische Brink, maar sindsdien zwerft het van zaal naar zaal. Dat gaan wij deze periode eindelijk goed regelen: een vaste en volwaardige plek, bij voorkeur in of naast de nieuwe bibliotheek of Museum Hilversum. Een trefpunt waar inwoners, verenigingen en schoolklassen het verhaal van hun eigen omgeving leren kennen. De archeologische rijkdom krijgt een plek in de educatie, samen met specialisten en de Archeologische Werkgemeenschap Naerdincklant. Het streekarchief helpen we met digitaliseren, zodat elke inwoner het verleden kan raadplegen. Erfgoed hoeft trouwens niet oud te voelen. In ’s-Graveland bracht het vierhonderdjarig bestaan in 2025 het dorp echt bij elkaar.
Herbestemmen is de beste vorm van behoud. Werf35 en de melkfabriek aan de Larenseweg laten zien hoe industrieel erfgoed een tweede leven krijgt met behoud van karakter; dat beleid zetten we voort. Kerken en gebedshuizen die hun functie verliezen, verdienen een herbestemming die past bij het gebouw en de buurt. En kerken en gebedshuizen blijven welkom in Hilversum 2040. Monumenteigenaren blijven we actief ondersteunen bij onderhoud, onder meer via het Gevelherstelfonds. En het media-erfgoed vraagt om lef: karakteristieke omroeppanden herbestemmen en Beeld en Geluid en de TV-toren beter benutten als visitekaartje van de Mediastad. En dan het theater. Sinds het doek in 2020 viel voor Theater Gooiland moet Hilversum het zonder volwaardige theaterzaal stellen; het monumentale complex is inmiddels in andere handen en dient als hotel en evenementenlocatie. De Vorstin en de kleinere podia doen fantastisch werk, maar een zaal waar de grote toneel-, dans- en muziekproducties kunnen staan, ontbreekt in een gemeente van onze omvang. Het CDA vindt dat er in onze gemeente weer een echt theater moet komen, met een programmering die dat gemis vult. De Kerkbrink wordt op dit moment opnieuw ingericht, met de nieuwe bibliotheek, Museum Hilversum en het muziekarchief van Beeld en Geluid als buren. Wij zorgen dat het plein na de verbouwing ook gaat leven, het hele jaar rond. Programmering maken we samen met de ondernemers, de culturele instellingen en onze citymarketing: zij kennen de makers en het publiek, de gemeente maakt mogelijk.
De bakker, de installateur, de boer, het familiebedrijf op het bedrijventerrein en de ondernemer die al dertig jaar op de markt staat zorgen voor levendigheid, werk en worteling. Zij sponsoren het jeugdelftal, leiden de leerling op en houden het winkelgebied levend. Onze gemeente mag geen slaapplek worden: hier moet je kunnen wonen én werken.
Ondernemers vragen niet als eerste om geld, maar om een gemeente die luistert, meedenkt en doet wat redelijk is. Een waarschuwing waar dat kan, een duidelijk antwoord waar dat moet en één aanspreekpunt wanneer een aanvraag vastloopt. Regels zijn een middel en mogen nooit het doel worden.
Daarom krijgen ondernemers na de fusie één herkenbaar ondernemersloket en bij ingewikkelde aanvragen één vaste contactpersoon. We spreken servicenormen af voor vergunningen en vragen. Voordat tarieven, heffingen of vergunningregels veranderen, maken wij per sector inzichtelijk wat de totale gevolgen zijn. Ondernemers mogen niet worden verrast door een stapeling van lasten.
Leegstand overkomt ons niet zomaar. In Hilversum staat winkelruimte leeg; in de dorpen staan dagelijkse voorzieningen onder druk. Een winkel die eenmaal verdwijnt, komt niet vanzelf terug. Daarom kiezen wij per winkelgebied samen met ondernemers en vastgoedeigenaren voor versterken, concentreren of transformeren.
Wij beginnen niet op nul. Voor Mediaplein Kerkbrink ontving Hilversum ruim 1,1 miljoen euro uit de landelijke Impulsaanpak Winkelgebieden. Die ervaring gebruiken we om ook voor andere gebieden investeringsklare plannen te maken. Markten horen daarbij: zij geven zelfstandige ondernemers ruimte en brengen bezoekers en inwoners bij elkaar.
Niet iedere kern hoeft hetzelfde te zijn. Wel verdient iedere kern bereikbare voorzieningen, ruimte voor lokale ondernemers en een levendig hart.
Het Stadsfonds is in 2015 op initiatief van ondernemers en maatschappelijke organisaties opgericht. De opslag op de OZB voor niet-woningen bedraagt 10,25 procent. Negentig procent van het fondsbudget gaat naar de gebieden. Het fonds heeft een eigen bestuur en een eigen structuur; die zelfstandigheid respecteren wij.
Daar hoort wel openheid bij. In 2026 is € 396.794 nabetaald, omdat over 2020 tot en met 2025 niet steeds op basis van de werkelijke OZB-opbrengst was afgerekend. Dat mag niet opnieuw gebeuren. Ook geldt een heldere grens: het fonds betaalt extra activiteiten, niet het gewone onderhoud en andere gemeentelijke taken.
De belastingharmonisatie na de fusie kan gevolgen hebben voor ondernemers en maatschappelijke organisaties in de dorpen. Voor ons is uitbreiding van het fonds geen automatisme. De raad neemt daarover een expliciet besluit na raadpleging van de betalers, een volledige financiële doorrekening en duidelijke afspraken over lokale zeggenschap. Waar daarnaast een bedrijveninvesteringszone bestaat, worden taken en begrotingen vooraf afgebakend.
Een sterke gemeente biedt niet alleen ruimte om te wonen, maar ook om te werken. Daarom beschermen en vernieuwen wij onze werklocaties. In Hilversum zetten wij de kwaliteitsimpuls voor Zuidwest voort. Ook De Boomgaard, Nieuw-Walden/Machineweg, De Slenk, Rading, Reeweg en De Zodde krijgen een volwaardige plaats in het economische beleid van de nieuwe gemeente.
De Toekomstvisie bedrijventerreinen Wijdemeren uit 2020 wordt samen met ondernemers geactualiseerd. We benutten de bestaande ruimte slimmer en zoeken pas daarna zorgvuldig naar uitbreiding. Lokale bedrijven moeten kunnen doorgroeien, want als zij vertrekken, komen de banen niet vanzelf terug.
Expats leveren een belangrijke bijdrage aan onze bedrijven en samenleving. Wij waarderen die bijdrage en nodigen hen uit om Nederlands te leren en mee te doen in hun buurt of dorp. Van werkgevers die mensen hierheen halen, verwachten wij dat zij verantwoordelijkheid nemen voor goede huisvesting en duidelijke informatie.
De organisaties en fondsen bestaan al. Het gaat erom dat wij ze veel beter benutten. Daarom wijzen wij één gemeentelijke aanjager aan die kansrijke plannen van ondernemers, onderwijs en maatschappelijke organisaties helpt uitwerken en naar de juiste financier brengt.
Wij benutten ROM Utrecht Region, ROM InWest en provinciale, landelijke en Europese fondsen veel actiever. Jaarlijks maken wij zichtbaar welke projecten zijn geholpen, hoeveel externe financiering is binnengehaald en hoeveel investeringen en banen dat heeft opgeleverd.
De nieuwe gemeente wordt niet alleen Mediastad, maar ook een gemeente van plassen, buitenplaatsen en dorpen. De Loosdrechtse en Kortenhoefse Plassen, de Wijde Blik, de Spiegelplas en het Hilversums Kanaal zijn belangrijk voor watersport, horeca, recreatie en werkgelegenheid. Ondernemers krijgen binnen het omgevingsbeleid zoveel mogelijk langjarige duidelijkheid, zodat zij kunnen investeren en het seizoen kunnen verlengen.
Natuur, recreatie en leefbaarheid moeten daarbij in balans blijven. De gemeente kan dat niet alleen. Wij werken samen met ondernemers, inwoners, provincies, waterschap, natuurorganisaties en het Plassenschap en zorgen dat er één herkenbaar aanspreekpunt is.
Boeren horen bij onze nieuwe gemeente. Agrarische familiebedrijven produceren voedsel, bieden werk en onderhouden het karakteristieke landschap. Wij kiezen voor een buitengebied mét boeren: met koeien in de wei en bedrijven die grond, vakmanschap en verantwoordelijkheid kunnen doorgeven aan de volgende generatie.
Veel landbouwregels, natuurdoelen en vergoedingen worden bepaald door Rijk, provincie en waterschap. De gemeente kan die regels niet opzijzetten, maar kan wel naast boeren staan. Besluiten over landbouwgrond, water, natuur en ruimtelijke ontwikkeling nemen wij niet zonder de boeren die de gevolgen ondervinden.
Het Media Park is het economische hart van de mediasector: ongeveer honderd bedrijven en meer dan zesduizend banen. Kunstmatige intelligentie, streaming en virtual production veranderen het vak razendsnel. De bouwstenen voor vernieuwing zijn er al, met mediabedrijven, omroepen, Beeld & Geluid, onderwijs en Media Campus NL. Nu maken wij die samenwerking krachtiger en zichtbaarder.
De economische functie blijft vooropstaan. Onderwijs, wonen voor studenten, starters en jonge professionals en voorzieningen als horeca en sport maken de campus levendig en sociaal veilig. Goede bereikbaarheid per trein, fiets en openbaar vervoer is daarbij onmisbaar.
Vijftig inwoners uit de wijken en dorpen staan op de lijst van het CDA. Hier stellen de eerste tien zich voor: waar ze wonen, wat ze doen en waar ze zich in hun eigen omgeving voor inzetten.
Onze dorpen en wijken hebben ieder hun eigen identiteit, tradities en voorzieningen. Wat goed werkt in een dorp, hoeft niet hetzelfde te zijn als wat een stadswijk nodig heeft. Daarom zetten wij ons per dorp en wijk in voor wat daar telt.